5 artikelen over samenwerken in onderwijsteams

Vanmiddag hing ik met een vriend aan de telefoon die als teamleider op een nieuwe school was begonnen. Als snel ging het over teams, over samenwerken, over onderwijsteams, over samenwerken in een onderwijsteams en samenwerkende onderwijsteams.

Zal ik je zo een aantal artikelen sturen over samenwerkende onderwijsteams? Het zijn er vijf geworden.

Leervoorkeuren en kritische zelfreflectie

Zij stelt in onderstaande TEDx talk dat leerstijlen een mythe zijn, en legt dat op overtuigende wijze uit. Dat de mythe stand blijft houden is logisch en jammer: jet kost zeeën van tijd en energie en er wordt geen vooruitgang geboekt in leren.

Leeractiviteiten die niet helpen
Het nog eens doornemen van je aantekeningen, het doorlezen van tekst, zelfs het overschrijven van tekst helpt niet bij het leren. Volgens Marshik komt dat omdat in het onderwijs niet de letterlijke informatie wordt teruggevraagd maar de betekenis van die informatie. 
Marshik illustreert dat met onderzoek van Chase & Simon uit 1973 (pdf) waar schakers en niet-schakers gevraagd worden opstellingen van schaakstukken  zich te herinneren. Schakers zijn daarbij in het voordeel omdat zij de betekenis van de stukken op bepaalde posities toekennen. Wanneer er random opstellingen worden aangeboden herinneren schakers zich net zo veel van de opstellingen als de niet-schakers. Hoewel er kritiek te vinden is op het onderzoek van Linhares en Freitas uit 2010 (link) blijft het idee van het toekennen van betekenis overeind.

Het gaat in onderwijs om de betekenis van informatie.

Leeractiviteiten die helpen
Om informatie en de betekenis daarvan op te slaan zal er contact met die nieuwe informatie gemaakt moeten worden.

  • eigen ervaringen verbinden met het nieuwe onderwerp
  • zelf nieuwe voorbeelden maken
  • het nieuwe onderwerp verbinden met wat je al wist
  • bedenken wat het nieuwe onderwerp te maken heeft met wat je bij andere vakken leert

De beste manier om te leren (of onderwijzen) ligt in de inhoud zelf.  Als je verschillende vogels van elkaar moet kunnen onderscheiden op basis van hoe ze eruit zien, dan is het handig om die vogels vaak te zien. Als je de vogels op basis van hun lied moet kunnen onderscheiden, dan kan je het beste naar de vogels luisteren. En niet beschrijvingen lezen over hoe de vogel klinkt of eruit ziet.

Dalton en leervoorkeuren

Zelfreflectie op basis van nieuwe vakinhoud is een dunne verbinding met dalton. Bovenstaande leeractiviteiten die wel bij het leren helpen, vinden plaats op basis van een individuele reflectie met betrekking tot nieuwe vakinhoud. Daar zit een gepersonaliseerd karakter in die ik in die zin in verband met dalton durf te brengen.
Leerstijlen zijn een mythe, leervoorkeuren niet. Marshik noemt die leervoorkeuren zelf op haar publiek te betrekken bij haar talk. Manon Ruijters heeft samen met Simons onderzoek gedaan naar leervoorkeuren en weet deze met beleid toe te passen bij het leren in bedrijven (zie link naar Twijnstra Gudde).

Tesla Marshik is een associate professor psychologie aan de universiteit van Wisconsin – La Crosse . Inspiratie voor dit berichten werd door Wilfred Rubens geleverd met dit blogbericht: Leerstijlen en het belang van kritische zelfreflectie.

Dalton: zelf een mini Musée des Arts et Métiers bouwen!

Naast afdelingsleider ben ik ook docent scheikunde en natuurkunde. Op vakantie in Parijs wilde mijn jongste zoon wel eens een ander museum zien dan een modemusem en koos het musée des Arts et Métiers uit. Daar kwam ik op onderstaand idee voor een daltonproject. Dat idee bracht me tijdens de terugreis op het thema ‘vakoverstijgend onderwijs in de daltonweken’ waar ik hier al over berichtte.

Foucault Pendulum
Het wonder van de slinger van Foucault. Wonder? Ja, een wonder!


In dit geweldige museum word je overstelpt met fantastische eenvoudige natuurkundige experimenten zoals de Slinger van Foucault. Een heen en weerslingerende bol die laat zien dat de aarde draait. Ik het filmpje zie je de toeschouwers op 1:04 tevreden weglopen als de slinger het blokje omstoot. Er is geen be- of verwondering te zien dat een slinger die heen en weer beweegt toch -uiteindelijk- bij dat blokje komt. Terwijl ze wegliepen en ik daarna stopte met filmen ben ik nog poos bij die slinger zitten genieten van dit natuurwonder. Ondertussen dacht ik aan die leerlingen die hier ook van zouden genieten. Wat zou ik die graag meenemen  . . .

Ik zag in het museum eenvoudige verbanden met andere vakken: aardrijkskunde (eenvoudige astronomie), Frans (we zitten in Parijs), geschiedenis (geschiedenis van de natuurwetenschap, scheikunde (het laboratorium van Lavoisier kan moeilijk ontbreken in dit museum), Nederlands (Eco, U., maart 2015, Slinger van Foucault), natuurkunde (de slinger, maar ook hefbomen, tandwielen, …) maar ook voor biologie kan je prima in dit museum terecht.

Frans, Nederlands en natuurkunde

Om het voor mijzelf niet te makkelijk te maken en om voor de hand liggende redenen heb ik in dit ontwerp voor bovenstaande vakken gekozen. 

Het daltonproject

Uitgaande van een groep van 30 havo-vwo leerlingen uit klas een tot en met drie, een busexcursie naar het museum in Parijs, voorbereidend werk in daltonuren voorafgaand aan de daltonweek, toestemming van ouders om hun kinderen naar Parijs te laten gaan (terrorisme, identiteitsbewijzen, extra kosten in Parijs, …) en enthousiaste collega’s kwam ik op de volgende ideeën voor leerdoelen van de betreffende vakken.

Frans
Die Fransen zijn lief en doen een beetje internationaal met Engels, maar zonder enige kennis van de Franse taal kom je er niet. Letterlijk en figuurlijk niet. Uitbreiding van woordenschat, ligt daarmee voor de hand. Leerlingen zouden daar zelf opdrachten voor kunnen bedenken. Ik heb leerlingen wat dat betreft hoog zitten. Een alternatief zou kunnen zijn dat leerlingen drie verklarende panelen waarvan de tekst alleen in het Frans wordt aangeboden (foto als bewijs), vertaald wordt.
Spreekvaardigheid kan ook gedemonstreerd worden in het museum: (mag ik het volgende gesprek opnemen als bewijs voor school) en vervolgens de weg vragen, waar het toilet is of waar de standaardkilogram gevonden kan worden (niet in het museum te vinden, wat veel mensen wel denken).
In daltonuren voor de daltonweek kan de reis naar en in Parijs voorbereid worden: Waar stappen we uit de bus, waar zijn de kleine supermarktjes om onderdelen van een lunch te kopen, waar is het park om die lunch te nuttigen, wat doen we nog meer dan alleen dat musée des arts?
Leerlingen leggen hun vorderingen in het vak Frans digitaal vast in een zelf te kiezen app van Office 365.

Nederlands
Schrijven, grammatica en spelling zijn prima te onderwijzen in elk project door met extra zorg leerlingen daarop te wijzen en hen elkaar op dat terrein van feedback te laten voorzien.
Wellicht is het leuker om de Slinger van Foucault in zijn rol in de literatuur te laten duiden door leerlingen. De al eerder genoemde roman van Eco is wellicht te moeilijk voor leerlingen van de onderbouw, hoewel je leerlingen nooit moet onderschatten. Een leerling in 4H schreef dit boekverslag, ik zie mogelijkheden voor een aantal slimmerds in de afdeling.

De een te moeilijk en de ander te makkelijk?

Misschien is het boek ‘Max en de slinger van Foucault’ weer te makkelijk (vanaf 10 jaar), maar zijn er nog wel meer opdrachten te bedenken rondom dit thema. Ik heb daarbij de hulp van collega’s Nederlands bij nodig, maar het beeld dat leerlingen met voorkennis uit de literatuur de Slinger van Foucault ontmoeten in Parijs lijkt met un moment extraordinaire waar een ingrijpend verslag over geschreven kan worden.

Natuurkunde
In het musée des arts et métiers worden met duizenden apparaten en experimenten de natuur(kunde) gedemonstreerd. De momentenwet wordt uitgelegd, de hefboom en de tandwielen worden vanzelfsprekend meegenomen. Korte instructievideo’s (ook in het Engels) verklaren een en ander.
Als docent natuurkunde zou ik leerlingen in groepjes van twee graag de opdracht geven om de werking van 1 apparaat of experiment naar keuze vast te leggen in woord en beeld en het apparaat op school zelf te bouwen en met verklarende teksten ten toon te stellen, samen met de bewijsstukken wat er in deze week geleerd is.  Zodat we op school een eigen mini-musée des arts et métiers bouwen.
Het gaat leerlingen -denk ik- helpen als zij vooraf een keuze maken en voorbereid naar het museum gaan. Dat zou passen bij mijn leervoorkeur. Ik laat mij aan de andere kant graag verrassen door leerlingen die onbevangen het museum in wandelen en zich ter plekke laten overvallen door de schoonheid die daar tentoongesteld staat.

Wat zou het mooi zijn als andere vakken met dit idee aan de haal gaan en er een ander project van bouwen!

Het spoorboekje

Dit project begint eerder dan dat de daltonweek begint, geen punt we kunnen in de daltonuren al het nodige bereiken.
Maandag: kennis maken met de leerlingen als groep, afspraken maken over de reis naar Parijs en de laatste voorbereidingen.
Dinsdag: Parijs met muséee des arts et métiers
Woensdag: start om 12:00 uur -een beetje uitslapen mag dan wel- met de groep afspraken maken over de tentoonstelling en start maken met het eigen model (apparaat).
Donderdag: Model afmaken met verklarende teksten. Werken aan bewijsvoering in office 365.
Vrijdag: Tentoonstelling inrichten en verdere bewijsvoering afmaken. Van 12:00 tot 13:30 wordt de tentoonstelling geopende voor publiek. Ouders en familieleden zijn welkom. Vanaf 13:30 uur wordt er onderling feedback gegeven en wordt het project geëvalueerd. Reflectie ten behoeve van Leren met een Plan vindt dan ook plaats. Tot slot wordt de tentoonstelling samen opgeruimd.

Eigenaarschap . . . wie?

Hierboven staat een grove beschrijving van een project. Er wordt veel van leerlingen en docenten gevraagd, meer dan bij andere projecten. Geld lijkt geen probleem, zeker niet als we de hulp van de ouderraad inroepen voor de busexcursie. Het museum is coulant met zijn prijzen voor leerlingen (€3,33). 
Welke collega’s worden enthousiast bij dit idee en willen dit idee naar eigen hand zetten? 

Aanzet voor een daltonproject

Vooraf
Als afdelingsleider en als MT-lid knikker ik er wel eens wat in. Vaak zijn dat ideeën die ook prima op andere scholen passen. Die ideeën zal ik vaker op deze blog delen.

De situatie
In een daltonweek bieden docenten projecten aan waar zij in de normale lestijd niet aan toekomen omdat het net naast het vak is, niet in het curriculum staat of er botweg te weinig lestijd voor beschikbaar is.
In die zin is een daltonweek een feest voor docenten: zelf bedenken waar de lesstof over gaat of hoe er gewerkt gaat worden.
Voor leerlingen is de daltonweek ook een feestweek: zij kiezen uit een aanbod van projecten die docenten hebben bedacht. Leerlingen krijgen les van docenten die met nog meer passie dan normaal een week onderwijs verzorgen.
Om een idee te krijgen hoe daltonweken eruit zien en welke projecten er worden aangeboden is er op deze website een beperkt overzicht te vinden van bijna 15 jaar daltonweken. De website werd oorspronkelijk gebruikt om leerlingen en ouders te informeren wat er in een daltonweek gebeurde.

cultural and natural poles


Het probleem

De projecten die docenten bedachten kennen een enorme diversiteit, van zelf klokken maken, tot wandelen en kamperen (een soort van Forest School) en breien. Vaak werd er ook gewerkt om financiën te verzamelen voor een goed doel, sponsorpopen en acties monden uit tot leerlingen en docenten samen op de Alpe d’HuZes. Docenten laten hun keuze tot het bedenken van een project de beschikbare bedenktijd, meningen van leerlingen (wensen) en werkdruk een rol spelen. De diversiteit van de projecten die worden aangeboden is enorm en eclectisch. Logisch dat er bij docenten een roep ontstaat voor een thema of een richting. De afdeling die in de daltonweek van juli 2018 geld inzamelde voor het Koningin Wilhelminafonds, elk project leverde een financiële bijdrage, ondernomen een saamhorigheid waar de afdeling blij van werd.

Een antwoord
Denk even met me mee, bewaar de bezwaren die tijdens het lezen opdoemen tot het eind. Het eenvoudige antwoord is een als een vliegwiel dat meerdere processen op gang brengt, elk proces met een eigen waarde voor de ontwikkeling van de afdeling voor dit moment. Eerst maar eens het uitgangspunt:


Elk project is vakoverstijgend van minimaal drie verschillende vakken voor meerdere leerjaren.

Dan de spelregels: in elk project krijgt de leerling ruimte om keuzes te maken. Elk project wordt afgesloten met een door de leerlingen gemaakt product aan de hand van een leerlijn, met peerfeedback van medeleerlingen en een O-V-G-beoordeling van de begeleidende docenten. De beoordeelde leerlijn maakt een onderdeel uit van het plan van de leerling en is terug te vinden in zijn Plenda.

De processen
Docenten werken intensiever samen. Doordat een project drie vakinhouden beslaat zullen docenten of in meerdere projecten gaan deelnemen, of op basis van vakinhoud met elkaar gaan samenwerken.
De vakinhoud komt daarmee centraler te staan en leren collega’s meer welke inhouden er bij leerlingen bekend zijn. Doordat het project beoordeelt gaat worden zal er in overleg bepaald moeten worden wat het doel van het project is, en wanneer er sprake is van een tevreden opbrengst.
Leren met een Plan (LmeP) waarbij de leerling zelf zijn leren richting geeft, wordt nu ook beïnvloed door de daltonweek. Een week waarin veel leerlingen zich anders gedragen omdat er in die week nauwelijks formeel geleerd wordt. Door de leerlijn van het project en peerfeedback mee te nemen in LmeP, wordt de leerling uitgenodigd om ook die ervaringen mee te laten tellen in het vormgeven van het formele leren.
Plenda krijgt ook een rol in de daltonweek. De Plenda is nieuw in het komende schooljaar, en bij vrijwel alle activiteiten die we voor leerlingen bedenken zal de Plenda een rol spelen.
Leerplezier bij docenten en leerlingen. Nieuwe en vernieuwde projecten zullen tot verbeteringen van projecten die meer leerplezier voor leerlingen en docenten zullen bewerkstelligen.

Een voorbeeld
In een volgend artikel verbind ik de vakken Nederlands, Frans en natuurkunde in een project met elkaar.  

Pendule of Foucault
Slinger van Foucault

Leerlingen moeten lui mogen zijn.

Leerlingen die op zelfverantwoordelijk zijn voor hun leren, of dat zouden moeten zijn naar het idee van de school, zouden ook lui moeten mogen zijn. Lui zijn: geen huiswerk maken, aandeel van het groepswerk niet oppakken, uit het raam staren,  buiten spelen in plaats van binnen te leren.

Ik werk op een daltonschool, waar leerlingen regie over eigen leren nemen. Dat is het idee. Leerlingen zijn slim en zetten zo’n idee naar eigen hand en melden de docent: “Nee, dat doe ik niet. Dat is mijn keuze. Keuzes maken is dalton, ik doe precies wat de school wil.”.

Luc Stevens die de school ergens in 2009 of 2010 bezocht op verzoek van de school, de resultaten bleven achter, om zijn blik en zijn oordeel eens met het managementteam te delen. “Verkeerd begrepen autonomie!“, zo bestempelde hij het gedrag van docenten die de leerlingen ondersteunden in hun keuze.

 

Luie leerlingen halen ook voldoendes. Maar hebben zij ook geleerd?

Leerlingen zijn gebaat bij frequente heldere feedback.  Feedback die zich richt op de consequenties van hun gedrag. Leerlingen die hard werken krijgen vaak goede beoordelingen, vorderen goed. Leerlingen die lui zijn . . . vreemd genoeg ook. Dan schuiven docenten met afspraken, strijken ze met de hand over hun hart en bieden ze de leerlingen nog een kans. Leerlingen halen zo alsnog een voldoende, maar hebben zij ook iets geleerd?
Docenten geven die extra kansen in het belang van de leerling, in hun compassie met de leerling, omdat zij het beste voor hebben met de leerling. Wat leren leerlingen wanneer docenten hun hand over hun hart strijken?

Als je je kind discipline wilt bijbrengen dan moet je het hem ook toestaan om lui te zijn.
Tao Tse Tong


Wees scherp en differentieer.

Leerlingen die lui zijn dienen op een eerlijke manier tegen de consquenties van hun gedrag op te lopen. Zij hebben niet of minder geleerd, en zullen minder presteren. Wees daar oprecht, eerlijk en open in en biedt leerlingen bij een volgende (!) opdracht een nieuwe kans.
Differentieer in de benadering van leerlingen: de ene leerling heeft een stok achter de deur nodig, de ander floreert met veel vrijheid. Zo zal je 31 verschillende aanpakken in een klas nodig hebben, een schier onmogelijke klus. Maak dan in plaats van 1 klassikale aanpak, drie of vier aanpakken waarmee je leerlingen ruimte geeft. Laat niet alle leerlingen zelf kiezen welke aanpak het best bij hen past. Een aantal leerlingen zal dat eerst moeten verdienen.

Het einde van de les als betekenisvol moment

Het lesuur is voorbij. De doelen van de les zijn aan het begin van de les besproken en door leerlingen voorzien van leeractiviteiten. De leerlingen zijn klaar met hun leeractiviteiten, tijd om de les af te sluiten. Voorziet de docent de les van een gezellig einde door een videoclip te laten zien? Of mogen leerlingen hun tas inpakken (wel blijven zitten, hoor) of mogen ze zelfs de gang al op?

In mijn een eerder bericht leg ik uit hoe het kwam dat we op het Helen Parkhurst in 2012 hardop nadachten over betekenisvolle momenten in lessituaties. Het vorige artikel ging over het begin van een lessenserie als betekenisvol moment.
Dit artikel gaat over het einde van de les als betekenisvol moment voor de  leerling om even stil te staan en te reflecteren. Ik heb mijn docententeam uitgenodigd om elkaar te informeren hoe zij in hun vaklessen leerlingen uitnodigen tot reflectie.
Hieronder de leeractiviteiten als opbrengst van die oefening, ter inspiratie.

 

1. Het Leren Samenvatten

Samenvatten van de les: doelen behaald?
Wat hebben jullie deze les geleerd? Wat vond je moeilijk, wat vond je makkelijk? Over welke doelen hebben wij het deze les gehad? Vraag van mij of ze het interessant hebben gevonden en/of ze geleerd hebben? Wat vond je belangrijk?
Inhoudelijk samenvatten positieve beleving noemen -> complimenteren positief afsluiten.
Volgende les aan het begin weer even oppakken.

2. Terugkijken op de les.

  • Begin van de les: “Wat heb je aan het einde van de les bereikt?”
    Einde van de les: “Heb je je doel behaald die je in in het begin van de les hebt gesteld?”
  • Als jij vanavond thuis over deze les praat welke vraag heb jij dan voor je ouders en welk verhaal  heb jij te vertellen?
  • Nemen en geven: wat neem je mee uit deze les en wat heb je te geven (aan wie in je tafelgroepjes)?
  • Controle van de planning van de leerling: loop je nog op schema?
  • Wat heb je af en wat moet / ga je afmaken voor de volgende les?
  • Waar ga je dat doen: thuis of in een daltonuur?
  • Wat houd je vast van deze les?
    • – positief/negatief -> waarom?
    • – wat volgende keer anders?
  • De docent laat werk van leerlingen aan elkaar zien.
    Wat heeft je klasgenoot met dezelfde les gedaan?

3. Reflecteren op de les

Welke tips heb je voor de docent, je tafelgroepsleden en jezelf? Als docent zelf commentaar op de les geven, geef leerlingen feedback.
Op werk (inzet) proces:

  • Hoe is er gewerkt?
  • Hoe heb jij gewerkt?

4. Oordelen

Jezelf een 

  • energie-cijfer geven
  • een ‘leercijfer’ geven

Hoe ziet het lokaal er uit, nu na de les? Hoe tevreden is de de LL met de/zijn/haar prestatie?

5. Vooruitkijken

Vooruitblikken op de volgende les. Waar sta je nu en waar bij aanvang van volgende les? Wat heb je de volgende les nodig?
Herhaal de leeracties die de leerlingen moeten gaan ondernemen buiten de les.

6. Docentgestuurd

Allèèn al benoemen door de docent dàt er goed gewerkt is; is waardevol. Einde van de les komt altijd te vroeg. We maken plannen voor de volgende les.
Even de rust laten pakken. Ik benoem wat ik heb gezien. Nodig uit om daarop te reageren (dit gebeurt niet elke les).

Afronding door opgeven van huiswerk. Een enkele afspraak checken.
Nog wijzen op de mogelijkheden van het Daltonuur. Tijd voor terugblik en evaluatie


Dit is het tweede bericht in de serie #blimageNL op uitnodiging van Frans. Er volgen er nog 2. Ik zou het leuk vinden wanneer anderen een eigen #blimageNL schrijven, waarbij zij bovenstaande foto als inspiratie gebruiken.

Een spoorboekje uit 2005

Spoorboekjes zijn een soort van agenda’s die ik samen met leerlingen bij het begin van de les opstel. Mijn kernvraag daarbij aan leerlingen is “Wat moet er gebeuren?” een korte versie van de vraag “Wat moet er gebeuren zodat deze les ook voor jou zinvol is?.

Natuurlijk heb ik als docent ook wensen voor de les, maar de vraag wie eigenaar is van de les, de leerlingen of de docent, heb ik lang geleden al beantwoord dat dat de leerlingen zouden moeten zijn. Want loslaten vind ik moeilijk als docent. Ik merk daarbij dat leerlingen het weer moeilijk vinden om hun leren vast te pakken. Vaak vinden ze het lastig om in hun leren zelf een keuze te maken. Daaraan liggen allerlei issues aan te grondslag. Kunnen we het ook een keer over hebben.

Een van de voordelen van het delen van de verantwoordelijkheid van het lessucces met leerlingen is dat zij een actieve(re) houding moeten aannemen. Zij zijn in beweging, ondernemen, doen, laten gebeurtenissen ontstaan, waar later op gereflecteerd kan worden. Dat vergroot de kans op leren. Ook bij leerlingen.

Deze foto uit 2006 kwam ik bij toeval tegen toen ik ten behoeve van mijn afsluitende onderzoek van de master of educational management van de NSO door mijn archieven aan het struinen was. Ik herinnerde mij de situatie nog: Samen met een wiskundecollega (Paul) en een TOA (Laurens) en een instructeur (Steve) verzorgden we lessen Wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie aan vier klassen tegelijkertijd. Deze derde klassen hadden de volgende namen: C31, C32, C33 en C34 en bestonden uit of TL-leerlingen of HV-leerlingen. Leerlingen hadden twee maal in de week een blok van vier lesuren waarin de genoemde vakken aangeboden werden.

Het spoorboekje van deze ‘les’ (van vier lesuren) kende twee verplichte elementen. Mijn ongemak staat bij de het woord ‘moeten’ tweemaal aangegeven. Eigenlijk zaten we daar in de ruimte van de leerling. Maar ja, wij waren ook nog aan het leren.

Wat denk jij, zou deze ‘les’ een succes geweest zijn?

Lesgeven is de mooiste manier van leren

Bovenstaande uitspraak is van Jerome Bruner, (1915 – 2016). Bruner is een van de bijdragers van het cognitivisme, een onderwijstheorie die zich in begin 1900 onderscheidde van de gangbare onderwijstheorieën door dat wat er in het hoofd van de lerende zich afspeelt (blackbox) als uitgangspunt te nemen.

Er zijn vele opvattingen over onderwijs en leren. Vaak worden deze niet onderzocht wanneer ze ter sprake komen en ontstaan er fundamentele spraakverwarringen zonder dat die onmiddellijk zichtbaar worden. Ter voorbereiding op een managementbijeenkomst over daltononderwijs en leren op een daltonwijze heb ik een aantal uitspraken van ‘bekenden’ eens op een chronologische volgorde in een filmpje gevat.

waardeer de werklust van de leerling

Leerlingen waarderen is voor alle docenten een essentieel onderdeel van het pedagogisch klimaat dat onder hun leiding in de klas tot stand komt. Leerlingen ontvangen prachtige complimenten over hoe goed ze zijn, hoe slim ze zijn en worden geprezen om hun verworven vaardigheden: “wat ben jij goed!”. Probleem is dat deze waarderingen waarschijnlijk een tegendraads effect hebben op hun prestaties en welbevinden.

Beter is het om leerlingen te complimenteren met hun inzet, hun moed en lef om een stap te zetten of doorzettingsvermogen. Carol Dweck, bekend van de fixed and growth mindsets, heeft  een interessant onderzoek gedaan naar de invloed van het waarderen van leerlingen om hun intelligentie en het waarderen van leerlingen om hun inzet.
Het filmpje vat het onderzoek en uitkomsten samen. Het gaf mij stof tot nadenken, jou ook?

Het begin van een lessenserie, een betekenisvol moment

child feet in water beachIn mijn vorige bericht leg ik uit hoe het kwam dat we op het Helen Parkhurst in 2012 hardop nadachten over betekenisvolle momenten in lessituaties.
Dit artikel gaat over het begin van een lessenserie als betekenisvol moment voor de  leerling om even stil te staan en te reflecteren. Ik heb mijn docententeam uitgenodigd om elkaar te informeren hoe zij in hun vaklessen leerlingen uitnodigen tot reflectie.
Hieronder de leeractiviteiten als opbrengst van die oefening, ter inspiratie.

Het begin van een lessenserie

 

Engels

Leerling maakt een plan

5 minuten in stilte de doelen & planning voor jezelf bekijken en vragen verzamelen waar je zelf ‘t antwoord niet op kunt vinden
Terugblik afgelopen periode, wat ging er goed – bespreken? Wat kan er beter? Noteer.
EIGEN planning maken! Terugkijken naar vorige valkuilen en positieve ervaringen.

Leerlijn bespreken en bevragen op iKeuze.

-> wat wil de leerling deze periode leren? Waar moet een significante verbetering komen?

  • aangeven wat je al kent / kunt -> dat hoef je niet meer te doen.
  • Waar wil je naar toe?
  • Op welke manieren kun je je doelen halen?

Docent introduceert een nieuw onderwerp

Doelen bekijken (waar ga je naartoe?)
planning / weg er naartoe bekijken

  • Wat gaan we doen, welke kennis uit vorige periodes is daarvoor nodig
  • belangrijke onderwerpen en momenten
  • planning en instructiemomenten

Overzicht geven over de periode – nieuwsgierig maken – vragen stellen – naar huidige tijd vertalen
Aan de hand van leerlijn vertellen wat de bedoeling is
-> welke vaardigheid staat centraal?
voorkennis achterhalen
uitleggen waar nodig
‘t doel vastleggen
intro interessant maken
nieuwsgierig maken met verhaal

Nederlands

Inhoud wordt betekenisvol door:

  • welke voorkennis hebben leerlingen?
  • welk doel heeft de leerling?
  • welk gevoel / verwachting krijg je als leerlingen bij het volgende onderwerp?

Mogelijkheden:

  1. klassikaal bovenstaande vragen stellen
  2. papiertje met het onderwerp op tafel -niet af-
  3. Doorbladeren van nieuwe hoofdstuk en vragen waar het over zal gaan (onderbouw)
  4. Associaties vragen bij nieuwe onderwerp, wat weten ze al, indelingen maken enz. (bovenbouw)

Starten van een creatief proces bij de leerlingen door te enthousiasmeren.
Laten zien wat er allemaal mogelijk is, grenzen en oneindigheden aanreiken.
leerlijn/planning doornemen

  • Wat gaan we doen?
  • Wat willen we hebben geleerd aan het einde van de periode?

Beeldende Vorming

Reflectie

Korte terugblik vorige periode
Intro opdracht
Wat wil jij met deze opdracht bereiken?
Waar zie je tegen op? Wat heb je nodig?
Hoe ga je je verdiepen in de opdracht (onderzoek)?

  1. Wat ging er vorige periode goed? Wat staat er dus in je plan?
    Wat ga je deze periode anders doen?
  2. Welk cijfer/beoordeling ga je halen? Wat ga je daarvoor doen?
  3. Wat weet jij al van … ?

Waar gaat deze lessenserie over? -> betekenis geven -> enthousiast maken.
Hoe ga je deze lessenserie in?
Denk er over na wat je te doen staat. Pak de leerstoflijn erbij en plan al vast.
Denk er over na wat jij kunt doen om deze lessenserie succesvol af te ronden straks.

Onderwerp introduceren

Wat weet je er al van? Wat zou je willen weten? Wat zou moeilijk kunnen zijn?
Hoe kun je moeilijke onderdelen (toch) onder de knie krijgen?

Terugkijken

Enthousiasmeren voor de nieuwe opdracht en daarnaast terugkijken op vorige lessenserie, met name op -proces -product -relatie.

Mens en Natuur

Leerlingen laten nadenken over vorige lessenserie.
Uitleg van lessenserie en in gesprek met leerling over waarom, wat, hoe
Doelen bespreken, leerlingen individueel na laten denken over de lessenserie.
Met zijn allen even terugkijken naar het resultaat en het proces van de vorige lessenserie en benoemen wat voor materiaal de leerlingen kunnen verwachten en wat voor een verwachtingen ik heb van de veranderingen in het proces bij leerlingen.
Wat gaan we deze periode doen? Wat kan je aan het eind van de periode Kijken naar planning. Belangrijke momenten aanstippen.


Dit is het tweede bericht in de serie #blimageNL op uitnodiging van Frans. Er volgen er nog 3. Ik zou het leuk vinden wanneer anderen een eigen #blimageNL schrijven, waarbij zij bovenstaande foto als inspiratie gebruiken.