Digitaal toetsen is meer dan een gevecht tegen spieken

lakenvelders

Cees Koole (docent geschiedenis op het Spinoza Lyceum en co-founder van het toetsplatform Kwizle.eu) schreef een mooi artikel op LinkedIn over digitaal toetsen.

“Uit psychologisch onderzoek blijkt dat leerlingen met performance doelen (hoe scoor ik ten opzichte van anderen) gevoeliger zijn voor spieken dan leerlingen met masterydoelen (je zelf willen verbeteren). Veel toetsen voor een cijfer (summatief) is een structurele oorzaak voor deze onzekerheid en prestatiedrang.”

Vervolgens gaat Cees in op toetsdruk (strijd tussen secties), verschil tussen hoofdstukdenken en leerdoeldenken, en geeft een mogelijkheid om binnen een school tot afspraken te komen over de verhouding summatieve toetsing en formatief werken.

Het is een mooi stuk van Cees dat het denken over toetsen en onderwijs weer een zetje geeft.

Wat zijn de pedagogisch-didactische uitdagingen bij afstandsleren in het Hoger Onderwijs

green trap

Fleur Prinsen (Educational Psychologist, lector Digitale Didactiek) vroeg aan docenten van de Hogeschool Rotterdam:

Kan je onderwijs momenteel gezien de situatie (Covid-19) goed uitgevoerd worden?
En wat is momenteel de grootste uitdaging bij online lesgeven?

Fleur koppelt vanuit haar vragenlijst terug op de volgende onderwerpen:

  • Zorg om de studenten, gebrek aan tijd en middelen
  • Praktijk-onderwijs / practica
  • Binding
  • Opdrachten passend maken voor een online omgeving
  • Studenten bereiken, betrekken en boeien
  • Het leerproces monitoren en feedback geven
  • Zorg om afhakers
  • Structuur bieden online
  • Dat rare scherm

Het artikel is terug te vinden op LinkedIn.

Intelligente lockdown gaat met micro-management gepaard

Nog maar eens de richtlijnen lezen.

Vanaf 1 juni gaan de VO-scholen open. De VO-Raad publiceert het voorlopige protocol (pdf) voor de opening van de VO-scholen.

Mooie richtlijnen waarmee je de school kunt inrichten volgens de RIVM-richtlijnen als je leerlingen weer op school komen.

Blijft er bij mij 1 gedachte hangen. Leerlingen op de fiets naar school. Fietsen op 1,5m afstand. 2200 leerlingen waarvan er normaal gesproken 1100 met de bus komen. De examenleerlingen zijn al geslaagd.

We hebben fietsenstallingen nodig!

Hoe kunnen ze vanaf Den Haag / Utrecht zich bemoeien met de omvang van onze fietsenstalling. #micromanagement
Nog maar eens de richtlijnen lezen.

Verhuisbericht

Covid-19 als innovatie-push: het onderwijslandschap verandert

Door de quarantainemaatregelen veranderde het onderwijslandschap met een enorme snelheid. Corona als innovatiepush. Nadat het afstandsleren op mijn school liep, ontstond er tijd om informatie van anderen te verzamelen en een soort van te ordenen. In eerste instantie voor mijn collega’s op school en dus even op een andere website en niet in dit blog.

Vervolgens bleek dat anderen er ook aandacht voor hadden zoals de schoolleiders community op LinkedIn.

De website die ik even met google-sites in elkaar draaide is een statische site. Ik miste daardoor interactie waardoor ik al redelijk snel twijfelde of ik met google-sites door moest gaan.
Vandaag heb ik besloten voor de laatste keer Afstand . . . leren bij te werken en verder via dit blog collega’s te blijven informeren.

Loswerken of leidinggeven

“Kom Karel, doe je mee? Dan gaan we de weide in, naar de paarden.” “Wat gaan we doen?”, vroeg ik nog. “Leidinggeven aan paarden, kan je een hoop van leren . . .” De rest hoorde ik al niet meer, het overviel me een beetje, had een mailtje gemist, maar wilde het zeker proberen.


Ik verkeerde met het bestuur van de i-Scholengroep in het plaatsje Boven Leeuwen waar de vraag na het overleg werd gesteld door Patricia. Urano werd buiten de weide aan ons voorgesteld, waarvan ik de helft heb onthouden: papa van Urano deed mee aan de Olympische spelen, temperamentvol, in de buurt gekenmerkt als onhandelbaar en veranderde daardoor voor een zacht prijsje van eigenaar. Ik kreeg in de weide Urano aangewezen, de andere twee deelnemers Paintedblue en . .

Vertrouwen

Ik was bang. De voorgaande alinea heeft als functie duidelijk te maken dat het niet raar was dat ik bang was. Ik ben niet onbekend met grote dieren, ik heb in de melkstal tussen de koeien gestaan en in koeienstallen gewerkt.
Maar Urano was vrij, stond naast mij, mij aan te kijken terwijl er door mijn hoofd allerlei gedachten vlogen: ik word omver gelopen, die krijg ik nooit onder controle, hij duwt mij omver . .
Mijn vertrouwen in Patricia en eenvoudige eerste oefeningen, waarmee ik kennismaakte met Urano (en Urano met mij) leidde naar de eerste oefening die mij herinner. Met Urano door de weide stappen, laten stoppen en weer verder stappen. Als Urano op het stopsignaal nog een stapje extra zette, dan moest ik hem een stapje terug laten zetten. Daarmee liet ik zien wie de baas was. Ik wist allang wie de baas was en dat was ik niet.

Kennismaken

Mijn voorzichtige, kleine en daarmee onduidelijke gebaren maakte toch dat Urano meedeed. Natuurlijk zette hij dat overbodige extra stapje en moest ik hem terug laten stappen. Tot twee keer toe. Ondertussen had ik het benauwd en besloot ik hem dat maar gewoon te vertellen met het idee dat hij mijn woorden toch niet zou begrijpen. Dat ik hem letterlijk vertelde dat hij groot was, dat ik bang voor hem was en dat ik hoopte dat hij met mij zou meedoen. Ik ontspande daardoor wat, ik denk dat Urano dat ook begreep.
De tweede keer nadat ik hem stapje terug liet doen, tilde hij zijn linkerbeen even op, plaatste dat op mijn voet en ging voorzichtig staan. Alsof hij mij wilde vertellen, wie er echt de baas was. Hij stond niet met zijn volle gewicht, ik kon mijn voet terugtrekken, maar het statement was gemaakt.

Loswerken

Na de weide kwam de bak. Loswerken. Het halster ging af bij Urano. Patricia stond midden in de bak en nodigde mij uit om bij haar te komen staan.
Opdracht: laat Urano rondjes lopen, keren en de ander kant op lopen.
Door mijn ene arm de richting te wijzen en met mijn andere hand te ‘drijven’ kreeg ik Urano in beweging. Urano liep rondjes in de bak. Door naar binnen te stappen blokkeerde ik als het ware zijn weg, stopte Urano en als ik mijn armen van beweging wisselde, liep Urano de andere kant op.

Het was geweldig. Zonder te praten, had ik door middel van mijn houding contact met Urano en deed hij wat ik wilde dat hij deed. Met het volle besef dat ik zijn medewerking had, hij verleende mij een gunst. Terwijl er wel gebeurde wat ik wilde had ik niet het idee “de baas” te zijn, eerder dat ik een verstandhouding had met Urano. Dat gevoel van verstandhouding gaf mij een euforisch gevoel.

Transfer naar school

Letterlijk de volgende ochtend op school, zag ik bij binnenkomst in de eerste pauze een grote groep leerlingen op de trap staan en zitten. Tegen de afspraak in, want gevaarlijk en het veroorzaakt opstoppingen later in de gang als docenten later achteraan sluiten met hun sleutels voor de lokalen.
Ik maakte met mijn ogen en houding contact met de groep. Wees met mijn ene hand de richting en ‘dreef’ ze met mijn andere hand de trap af. Met een glimlach en zonder een woord te zeggen. Terwijl ik de leerlingen in beweging kwamen realiseerde ik mij dat ik de dag ervoor op dezelfde wijze met Urano communiceerde.

Disclaimer (compliment)

Ik stond niet alleen in de bak, Patricia stond achter mij. Die stond niet stil, gaf mij aanwijzingen en zal ook zeker Urano met de nodige gebaren hebben aangestuurd. Ik had het gevoel, idee, dat ik het was die Urano in beweging bracht.
Ik heb op die middag veel van Patricia geleerd, die waarschijnlijk regelmatig aan het multitasken was: en mij trainen en haar Urano trainen. Een op en top vakvrouw.

5 artikelen over samenwerken in onderwijsteams

Vanmiddag hing ik met een vriend aan de telefoon die als teamleider op een nieuwe school was begonnen. Als snel ging het over teams, over samenwerken, over onderwijsteams, over samenwerken in een onderwijsteams en samenwerkende onderwijsteams.

Zal ik je zo een aantal artikelen sturen over samenwerkende onderwijsteams? Het zijn er vijf geworden.

Leervoorkeuren en kritische zelfreflectie

Zij stelt in onderstaande TEDx talk dat leerstijlen een mythe zijn, en legt dat op overtuigende wijze uit. Dat de mythe stand blijft houden is logisch en jammer: jet kost zeeën van tijd en energie en er wordt geen vooruitgang geboekt in leren.

Leeractiviteiten die niet helpen
Het nog eens doornemen van je aantekeningen, het doorlezen van tekst, zelfs het overschrijven van tekst helpt niet bij het leren. Volgens Marshik komt dat omdat in het onderwijs niet de letterlijke informatie wordt teruggevraagd maar de betekenis van die informatie. 
Marshik illustreert dat met onderzoek van Chase & Simon uit 1973 (pdf) waar schakers en niet-schakers gevraagd worden opstellingen van schaakstukken  zich te herinneren. Schakers zijn daarbij in het voordeel omdat zij de betekenis van de stukken op bepaalde posities toekennen. Wanneer er random opstellingen worden aangeboden herinneren schakers zich net zo veel van de opstellingen als de niet-schakers. Hoewel er kritiek te vinden is op het onderzoek van Linhares en Freitas uit 2010 (link) blijft het idee van het toekennen van betekenis overeind.

Het gaat in onderwijs om de betekenis van informatie.

Leeractiviteiten die helpen
Om informatie en de betekenis daarvan op te slaan zal er contact met die nieuwe informatie gemaakt moeten worden.

  • eigen ervaringen verbinden met het nieuwe onderwerp
  • zelf nieuwe voorbeelden maken
  • het nieuwe onderwerp verbinden met wat je al wist
  • bedenken wat het nieuwe onderwerp te maken heeft met wat je bij andere vakken leert

De beste manier om te leren (of onderwijzen) ligt in de inhoud zelf.  Als je verschillende vogels van elkaar moet kunnen onderscheiden op basis van hoe ze eruit zien, dan is het handig om die vogels vaak te zien. Als je de vogels op basis van hun lied moet kunnen onderscheiden, dan kan je het beste naar de vogels luisteren. En niet beschrijvingen lezen over hoe de vogel klinkt of eruit ziet.

Dalton en leervoorkeuren

Zelfreflectie op basis van nieuwe vakinhoud is een dunne verbinding met dalton. Bovenstaande leeractiviteiten die wel bij het leren helpen, vinden plaats op basis van een individuele reflectie met betrekking tot nieuwe vakinhoud. Daar zit een gepersonaliseerd karakter in die ik in die zin in verband met dalton durf te brengen.
Leerstijlen zijn een mythe, leervoorkeuren niet. Marshik noemt die leervoorkeuren zelf op haar publiek te betrekken bij haar talk. Manon Ruijters heeft samen met Simons onderzoek gedaan naar leervoorkeuren en weet deze met beleid toe te passen bij het leren in bedrijven (zie link naar Twijnstra Gudde).

Tesla Marshik is een associate professor psychologie aan de universiteit van Wisconsin – La Crosse . Inspiratie voor dit berichten werd door Wilfred Rubens geleverd met dit blogbericht: Leerstijlen en het belang van kritische zelfreflectie.

Dalton: zelf een mini Musée des Arts et Métiers bouwen!

Naast afdelingsleider ben ik ook docent scheikunde en natuurkunde. Op vakantie in Parijs wilde mijn jongste zoon wel eens een ander museum zien dan een modemusem en koos het musée des Arts et Métiers uit. Daar kwam ik op onderstaand idee voor een daltonproject. Dat idee bracht me tijdens de terugreis op het thema ‘vakoverstijgend onderwijs in de daltonweken’ waar ik hier al over berichtte.

Foucault Pendulum
Het wonder van de slinger van Foucault. Wonder? Ja, een wonder!


In dit geweldige museum word je overstelpt met fantastische eenvoudige natuurkundige experimenten zoals de Slinger van Foucault. Een heen en weerslingerende bol die laat zien dat de aarde draait. Ik het filmpje zie je de toeschouwers op 1:04 tevreden weglopen als de slinger het blokje omstoot. Er is geen be- of verwondering te zien dat een slinger die heen en weer beweegt toch -uiteindelijk- bij dat blokje komt. Terwijl ze wegliepen en ik daarna stopte met filmen ben ik nog poos bij die slinger zitten genieten van dit natuurwonder. Ondertussen dacht ik aan die leerlingen die hier ook van zouden genieten. Wat zou ik die graag meenemen  . . .

Ik zag in het museum eenvoudige verbanden met andere vakken: aardrijkskunde (eenvoudige astronomie), Frans (we zitten in Parijs), geschiedenis (geschiedenis van de natuurwetenschap, scheikunde (het laboratorium van Lavoisier kan moeilijk ontbreken in dit museum), Nederlands (Eco, U., maart 2015, Slinger van Foucault), natuurkunde (de slinger, maar ook hefbomen, tandwielen, …) maar ook voor biologie kan je prima in dit museum terecht.

Frans, Nederlands en natuurkunde

Om het voor mijzelf niet te makkelijk te maken en om voor de hand liggende redenen heb ik in dit ontwerp voor bovenstaande vakken gekozen. 

Het daltonproject

Uitgaande van een groep van 30 havo-vwo leerlingen uit klas een tot en met drie, een busexcursie naar het museum in Parijs, voorbereidend werk in daltonuren voorafgaand aan de daltonweek, toestemming van ouders om hun kinderen naar Parijs te laten gaan (terrorisme, identiteitsbewijzen, extra kosten in Parijs, …) en enthousiaste collega’s kwam ik op de volgende ideeën voor leerdoelen van de betreffende vakken.

Frans
Die Fransen zijn lief en doen een beetje internationaal met Engels, maar zonder enige kennis van de Franse taal kom je er niet. Letterlijk en figuurlijk niet. Uitbreiding van woordenschat, ligt daarmee voor de hand. Leerlingen zouden daar zelf opdrachten voor kunnen bedenken. Ik heb leerlingen wat dat betreft hoog zitten. Een alternatief zou kunnen zijn dat leerlingen drie verklarende panelen waarvan de tekst alleen in het Frans wordt aangeboden (foto als bewijs), vertaald wordt.
Spreekvaardigheid kan ook gedemonstreerd worden in het museum: (mag ik het volgende gesprek opnemen als bewijs voor school) en vervolgens de weg vragen, waar het toilet is of waar de standaardkilogram gevonden kan worden (niet in het museum te vinden, wat veel mensen wel denken).
In daltonuren voor de daltonweek kan de reis naar en in Parijs voorbereid worden: Waar stappen we uit de bus, waar zijn de kleine supermarktjes om onderdelen van een lunch te kopen, waar is het park om die lunch te nuttigen, wat doen we nog meer dan alleen dat musée des arts?
Leerlingen leggen hun vorderingen in het vak Frans digitaal vast in een zelf te kiezen app van Office 365.

Nederlands
Schrijven, grammatica en spelling zijn prima te onderwijzen in elk project door met extra zorg leerlingen daarop te wijzen en hen elkaar op dat terrein van feedback te laten voorzien.
Wellicht is het leuker om de Slinger van Foucault in zijn rol in de literatuur te laten duiden door leerlingen. De al eerder genoemde roman van Eco is wellicht te moeilijk voor leerlingen van de onderbouw, hoewel je leerlingen nooit moet onderschatten. Een leerling in 4H schreef dit boekverslag, ik zie mogelijkheden voor een aantal slimmerds in de afdeling.

De een te moeilijk en de ander te makkelijk?

Misschien is het boek ‘Max en de slinger van Foucault’ weer te makkelijk (vanaf 10 jaar), maar zijn er nog wel meer opdrachten te bedenken rondom dit thema. Ik heb daarbij de hulp van collega’s Nederlands bij nodig, maar het beeld dat leerlingen met voorkennis uit de literatuur de Slinger van Foucault ontmoeten in Parijs lijkt met un moment extraordinaire waar een ingrijpend verslag over geschreven kan worden.

Natuurkunde
In het musée des arts et métiers worden met duizenden apparaten en experimenten de natuur(kunde) gedemonstreerd. De momentenwet wordt uitgelegd, de hefboom en de tandwielen worden vanzelfsprekend meegenomen. Korte instructievideo’s (ook in het Engels) verklaren een en ander.
Als docent natuurkunde zou ik leerlingen in groepjes van twee graag de opdracht geven om de werking van 1 apparaat of experiment naar keuze vast te leggen in woord en beeld en het apparaat op school zelf te bouwen en met verklarende teksten ten toon te stellen, samen met de bewijsstukken wat er in deze week geleerd is.  Zodat we op school een eigen mini-musée des arts et métiers bouwen.
Het gaat leerlingen -denk ik- helpen als zij vooraf een keuze maken en voorbereid naar het museum gaan. Dat zou passen bij mijn leervoorkeur. Ik laat mij aan de andere kant graag verrassen door leerlingen die onbevangen het museum in wandelen en zich ter plekke laten overvallen door de schoonheid die daar tentoongesteld staat.

Wat zou het mooi zijn als andere vakken met dit idee aan de haal gaan en er een ander project van bouwen!

Het spoorboekje

Dit project begint eerder dan dat de daltonweek begint, geen punt we kunnen in de daltonuren al het nodige bereiken.
Maandag: kennis maken met de leerlingen als groep, afspraken maken over de reis naar Parijs en de laatste voorbereidingen.
Dinsdag: Parijs met muséee des arts et métiers
Woensdag: start om 12:00 uur -een beetje uitslapen mag dan wel- met de groep afspraken maken over de tentoonstelling en start maken met het eigen model (apparaat).
Donderdag: Model afmaken met verklarende teksten. Werken aan bewijsvoering in office 365.
Vrijdag: Tentoonstelling inrichten en verdere bewijsvoering afmaken. Van 12:00 tot 13:30 wordt de tentoonstelling geopende voor publiek. Ouders en familieleden zijn welkom. Vanaf 13:30 uur wordt er onderling feedback gegeven en wordt het project geëvalueerd. Reflectie ten behoeve van Leren met een Plan vindt dan ook plaats. Tot slot wordt de tentoonstelling samen opgeruimd.

Eigenaarschap . . . wie?

Hierboven staat een grove beschrijving van een project. Er wordt veel van leerlingen en docenten gevraagd, meer dan bij andere projecten. Geld lijkt geen probleem, zeker niet als we de hulp van de ouderraad inroepen voor de busexcursie. Het museum is coulant met zijn prijzen voor leerlingen (€3,33). 
Welke collega’s worden enthousiast bij dit idee en willen dit idee naar eigen hand zetten? 

Aanzet voor een daltonproject

Vooraf
Als afdelingsleider en als MT-lid knikker ik er wel eens wat in. Vaak zijn dat ideeën die ook prima op andere scholen passen. Die ideeën zal ik vaker op deze blog delen.

De situatie
In een daltonweek bieden docenten projecten aan waar zij in de normale lestijd niet aan toekomen omdat het net naast het vak is, niet in het curriculum staat of er botweg te weinig lestijd voor beschikbaar is.
In die zin is een daltonweek een feest voor docenten: zelf bedenken waar de lesstof over gaat of hoe er gewerkt gaat worden.
Voor leerlingen is de daltonweek ook een feestweek: zij kiezen uit een aanbod van projecten die docenten hebben bedacht. Leerlingen krijgen les van docenten die met nog meer passie dan normaal een week onderwijs verzorgen.
Om een idee te krijgen hoe daltonweken eruit zien en welke projecten er worden aangeboden is er op deze website een beperkt overzicht te vinden van bijna 15 jaar daltonweken. De website werd oorspronkelijk gebruikt om leerlingen en ouders te informeren wat er in een daltonweek gebeurde.

cultural and natural poles


Het probleem

De projecten die docenten bedachten kennen een enorme diversiteit, van zelf klokken maken, tot wandelen en kamperen (een soort van Forest School) en breien. Vaak werd er ook gewerkt om financiën te verzamelen voor een goed doel, sponsorpopen en acties monden uit tot leerlingen en docenten samen op de Alpe d’HuZes. Docenten laten hun keuze tot het bedenken van een project de beschikbare bedenktijd, meningen van leerlingen (wensen) en werkdruk een rol spelen. De diversiteit van de projecten die worden aangeboden is enorm en eclectisch. Logisch dat er bij docenten een roep ontstaat voor een thema of een richting. De afdeling die in de daltonweek van juli 2018 geld inzamelde voor het Koningin Wilhelminafonds, elk project leverde een financiële bijdrage, ondernomen een saamhorigheid waar de afdeling blij van werd.

Een antwoord
Denk even met me mee, bewaar de bezwaren die tijdens het lezen opdoemen tot het eind. Het eenvoudige antwoord is een als een vliegwiel dat meerdere processen op gang brengt, elk proces met een eigen waarde voor de ontwikkeling van de afdeling voor dit moment. Eerst maar eens het uitgangspunt:


Elk project is vakoverstijgend van minimaal drie verschillende vakken voor meerdere leerjaren.

Dan de spelregels: in elk project krijgt de leerling ruimte om keuzes te maken. Elk project wordt afgesloten met een door de leerlingen gemaakt product aan de hand van een leerlijn, met peerfeedback van medeleerlingen en een O-V-G-beoordeling van de begeleidende docenten. De beoordeelde leerlijn maakt een onderdeel uit van het plan van de leerling en is terug te vinden in zijn Plenda.

De processen
Docenten werken intensiever samen. Doordat een project drie vakinhouden beslaat zullen docenten of in meerdere projecten gaan deelnemen, of op basis van vakinhoud met elkaar gaan samenwerken.
De vakinhoud komt daarmee centraler te staan en leren collega’s meer welke inhouden er bij leerlingen bekend zijn. Doordat het project beoordeelt gaat worden zal er in overleg bepaald moeten worden wat het doel van het project is, en wanneer er sprake is van een tevreden opbrengst.
Leren met een Plan (LmeP) waarbij de leerling zelf zijn leren richting geeft, wordt nu ook beïnvloed door de daltonweek. Een week waarin veel leerlingen zich anders gedragen omdat er in die week nauwelijks formeel geleerd wordt. Door de leerlijn van het project en peerfeedback mee te nemen in LmeP, wordt de leerling uitgenodigd om ook die ervaringen mee te laten tellen in het vormgeven van het formele leren.
Plenda krijgt ook een rol in de daltonweek. De Plenda is nieuw in het komende schooljaar, en bij vrijwel alle activiteiten die we voor leerlingen bedenken zal de Plenda een rol spelen.
Leerplezier bij docenten en leerlingen. Nieuwe en vernieuwde projecten zullen tot verbeteringen van projecten die meer leerplezier voor leerlingen en docenten zullen bewerkstelligen.

Een voorbeeld
In een volgend artikel verbind ik de vakken Nederlands, Frans en natuurkunde in een project met elkaar.  

Pendule of Foucault
Slinger van Foucault

Leerlingen moeten lui mogen zijn.

Leerlingen die op zelfverantwoordelijk zijn voor hun leren, of dat zouden moeten zijn naar het idee van de school, zouden ook lui moeten mogen zijn. Lui zijn: geen huiswerk maken, aandeel van het groepswerk niet oppakken, uit het raam staren,  buiten spelen in plaats van binnen te leren.

Ik werk op een daltonschool, waar leerlingen regie over eigen leren nemen. Dat is het idee. Leerlingen zijn slim en zetten zo’n idee naar eigen hand en melden de docent: “Nee, dat doe ik niet. Dat is mijn keuze. Keuzes maken is dalton, ik doe precies wat de school wil.”.

Luc Stevens die de school ergens in 2009 of 2010 bezocht op verzoek van de school, de resultaten bleven achter, om zijn blik en zijn oordeel eens met het managementteam te delen. “Verkeerd begrepen autonomie!“, zo bestempelde hij het gedrag van docenten die de leerlingen ondersteunden in hun keuze.

 

Luie leerlingen halen ook voldoendes. Maar hebben zij ook geleerd?

Leerlingen zijn gebaat bij frequente heldere feedback.  Feedback die zich richt op de consequenties van hun gedrag. Leerlingen die hard werken krijgen vaak goede beoordelingen, vorderen goed. Leerlingen die lui zijn . . . vreemd genoeg ook. Dan schuiven docenten met afspraken, strijken ze met de hand over hun hart en bieden ze de leerlingen nog een kans. Leerlingen halen zo alsnog een voldoende, maar hebben zij ook iets geleerd?
Docenten geven die extra kansen in het belang van de leerling, in hun compassie met de leerling, omdat zij het beste voor hebben met de leerling. Wat leren leerlingen wanneer docenten hun hand over hun hart strijken?

Als je je kind discipline wilt bijbrengen dan moet je het hem ook toestaan om lui te zijn.
Tao Tse Tong


Wees scherp en differentieer.

Leerlingen die lui zijn dienen op een eerlijke manier tegen de consquenties van hun gedrag op te lopen. Zij hebben niet of minder geleerd, en zullen minder presteren. Wees daar oprecht, eerlijk en open in en biedt leerlingen bij een volgende (!) opdracht een nieuwe kans.
Differentieer in de benadering van leerlingen: de ene leerling heeft een stok achter de deur nodig, de ander floreert met veel vrijheid. Zo zal je 31 verschillende aanpakken in een klas nodig hebben, een schier onmogelijke klus. Maak dan in plaats van 1 klassikale aanpak, drie of vier aanpakken waarmee je leerlingen ruimte geeft. Laat niet alle leerlingen zelf kiezen welke aanpak het best bij hen past. Een aantal leerlingen zal dat eerst moeten verdienen.